2 Documenten aanwezig

Beloningsbeleid Stichting Antoniushof Veulen

De Stichting Antoniushof Veulen die verantwoordelijk is voor het hele verbouwtraject en de voortzetting van de latere onderneming heeft geen winstoogmerk, zoals beschreven in artikel 2.3 van de Statuten. De Stichting zal met haar activiteiten behaalde inkomsten ten goede laten komen aan de doelstellingen. Zoals beschreven in de statuten, als in het beleidsplan, behoort tot deze doelstellingen niet het doen van uitkeringen aan de oprichters, aan bestuurders of aan hen die deel uitmaken van organen van de stichting.

Gemaakte onkosten door bestuur en vrijwilligers worden vergoed voor zover dit redelijk is en door hen verantwoord kan worden.

Beheer en besteding van het vermogen

Het vermogen van de stichting bestaat uit registergoederen, liquide middelen en uit hetgeen de stichting door erfstelling, legaat, schenking, subsidie, huuropbrengsten of op enigerlei andere wijze verkrijgt. Het vermogen van de stichting dient ter verwezenlijking van het doel van de stichting.

De Stichting zal niet meer vermogen houden dan redelijkerwijs nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden ten behoeve van de doelstelling van de Stichting. Het vermogen van de stichting zal worden aangewend ter verwezenlijking van het doel van de Stichting.

De stichting is verplicht een administratie te voeren. Uit deze administratie moet blijken:

–           Welke bedragen er (per bestuurder) aan onkostenvergoeding en vacatiegelden zijn betaald, welke bedragen zijn uitgegeven aan het werven van geld en het beheer van de instelling. Dat geldt ook voor alle andere kosten, wat de aard en omvang van de inkomsten en het vermogen van de instelling is.

–           De ontvangen gelden, worden aangewend ten behoeve van de uitvoering van de doelstelling van de Stichting.

–           Aan het einde van het boekjaar (dat loopt van 1 januari van een jaar tot met 31 december van het jaar daaraanvolgend) wordt door de penningmeester de boeken afgesloten. Daaruit worden de jaarstukken opgesteld bestaande uit, de winst- en verliesrekening, de jaarrekening, de balans, een staat van baten en lasten over het betreffende boekjaar opgesteld. Het bestuur beoordeelt en controleert de stukken en keurt de stukken goed middels een ondertekening en dechargeert de penningmeester. Na de goedkeuring wordt een overzicht hiervan gepubliceerd op de website www.antoniushofveulen.nl.


Statuten Stichting Antoniushof Veulen

blad 1
OPRICHTING STICHTING
MNA/2020.1192.01
Heden, achttien november tweeduizend twintig, verschenen voor mij, mr. Sander
Willy Mario Wilbers, toegevoegd notaris, hierna te noemen: “notaris”, bevoegd
om akten te passeren in het protocol van mr. Wilhelmus Gertrudis Weijs,
notaris te Venray:
a. mevrouw Johanna Theodora Maria Timmermans, zich legitimerend met een
identiteitskaart met nummer IRDD6JK08, uitgegeven te Venray op achttien mei
tweeduizend zeventien, geboren te Venray op zes mei negentienhonderd
eenenzestig, wonende De Vlies 8, 5814 AH Veulen, gemeente Venray, thans
ongehuwd en niet als partner geregistreerd;
b. de heer Marinus Hermanus van den Hoorn, zich legitimerend met een
identiteitskaart met nummer IX2496228, uitgegeven te Venray op drieëntwintig
april tweeduizend achttien, geboren te Nijkerk op eenentwintig december
negentienhonderd achtenvijftig, wonende Brugpas 4, 5814 AN Veulen,
gemeente Venray, gehuwd;
welke comparanten verklaarden bij deze akte een stichting op te richten en daarvoor
de volgende statuten vast te stellen:
Naam en Zetel
Artikel 1

  1. De stichting draagt de naam: Stichting Antoniushof Veulen.
  2. Zij heeft haar zetel in Veulen, gemeente Venray.
    Doel
    Artikel 2
    De stichting heeft als doel:
  3. Het bevorderen van de leefbaarheid in het dorp Veulen door het mobiliseren en
    verbinden van valide dorpsbewoners aan minder valide/kwetsbare
    dorpsbewoners en ouderen met een zorgvraag, waardoor deze zelfstandig in
    de dorpsgemeenschap kunnen (blijven) wonen en vereenzaming wordt
    tegengegaan.
    Tot dit doel behoort niet het doen van uitkeringen aan de oprichters, aan
    bestuurders of aan hen die deel uitmaken van organen van de stichting.
  4. De stichting beoogt het algemeen maatschappelijk belang.
  5. De stichting heeft geen winstoogmerk.
  6. De stichting tracht haar doel te bereiken met alle mogelijk wettelijke middelen
    en voorts door:
    a. het realiseren, beheren en exploiteren van een wooncomplex met een
    ontmoetingscentrum aan de Veulenseweg 53, 5814 AB Veulen voor minder
    valide en invalide jongeren en ouderen en andere kwetsbare
    dorpsbewoners uit Veulen (primair), of omliggende dorpen (secundair);
    blad 2
    b. het organiseren van activiteiten, naoberzorg en dienstverlening en
    vanuit de ontmoetingsruimte voor de bewoners van het complex;
    c. het werven en inzetten van vrijwilligers voor begeleiding van de bewoners
    van het complex, de activiteiten in de ontmoetingsruimte en dienstverlening
    aan kwetsbare dorpsbewoners;
    d. zoveel mogelijk samen te werken met andere organisaties;
    e. al hetgeen met het bovenstaande en met de doelstelling van de stichting in
    de ruimste zin verband houdt met alle geoorloofde middelen te verrichten of
    te doen verrichten.
    BOEKJAAR
    Artikel 3
  7. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
    Het eerste boekjaar is een verlengd boekjaar en loopt van datum oprichting tot
    en met éénendertig december tweeduizend éénentwintig (31-12-2021).
  8. Het bestuur is verplicht jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar
    de balans en de staat van baten lasten van de stichting op te maken en op
    papier te stellen.
    De penningmeester zendt deze stukken vóór het einde van de in de
    voorgaande zin bedoelde termijn aan alle bestuurders.
    Het bestuur maakt een jaarrekening en een jaarverslag op als bedoeld in artikel
    2:300 Burgerlijk Wetboek als dat op grond van de wet verplicht is. In dat geval
    legt het bestuur een exemplaar daarvan voor het bestuur ter inzage op het
    kantoor van de stichting met de op grond van de wet toe te voegen gegevens.
  9. Het bestuur laat de stukken onderzoeken door een door hem aan te wijzen
    accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 Burgerlijk Wetboek. Deze
    accountant brengt over zijn onderzoek verslag uit aan het bestuur. Hij geeft de
    uitslag van zijn onderzoek weer in een verklaring over de getrouwheid van de
    stukken.
    Als de wet dat toestaat kan het bestuur besluiten dit onderzoek achterwege te
    laten of dit onderzoek te laten verrichten door een andere deskundige.
  10. De balans en de staat van baten en lasten van de stichting of de jaarrekening
    wordt vastgesteld door het bestuur binnen een maand na het opmaken van de
    stukken als bedoeld in lid 2.
    De vastgestelde stukken worden ondertekend door alle bestuurders. Als een
    handtekening van een van hen ontbreekt wordt de reden daarvan op de
    stukken vermeld.
  11. De in lid 2 vermelde termijn kan door het bestuur worden verlengd met ten
    hoogste vijf maanden op grond van bijzondere omstandigheden.
    GELDMIDDELEN
    Artikel 4
  12. De geldmiddelen van de stichting bestaan uit:
    a. huuropbrengsten;
    b. andere inkomsten.
    VERMOGEN
    Artikel 5
    Het vermogen van de stichting bestaat uit registergoederen, liquide middelen en uit
    hetgeen de stichting door erfstelling, legaat, schenking, subsidie, huuropbrengsten
    of op enigerlei andere wijze verkrijgt. Het vermogen van de stichting dient ter
    blad 3
    verwezenlijking van het doel van de stichting.
    BESTUUR
    Artikel 6: samenstelling, benoeming, beloning, ontslag
  13. Het bestuur van de stichting bestaat uit drie of meer natuurlijke, meerderjarige
    personen.
    Het bestuur stelt het aantal bestuurders vast.
    Een niet voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden.
    Het bestuur kan uit haar midden een voorzitter, een secretaris en een
    penningmeester aanwijzen. Eén bestuurder kan meer dan een van deze
    functies vervullen.
  14. De bestuurders worden benoemd door het bestuur.
    In vacatures wordt zo spoedig mogelijk, maar in ieder geval binnen drie
    maanden na het ontstaan ervan, voorzien.
  15. Iedere bestuurder moet voldoen aan de volgende vereisten:
    a. een bestuurder is een natuurlijk persoon;
    b. een bestuurder is meerderjarig;
    c. een bestuurder is de laatste vijf jaar niet door de rechtbank ontslagen als
    bestuurder van een stichting.
    Tot bestuurders zijn niet benoembaar personen die behoren tot
    aanverwanten tot en met de vierde graad van een bestuurder of diens
    echtgeno(o)t(e), geregistreerd partner of andere levensgezel.
  16. Bestuurders worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar.
    Bestuurders treden af volgens een door het bestuur op te maken rooster. Als
    een bestuurder zijn functie verliest voordat hij volgens het rooster aftreedt,
    neemt zijn opvolger op het rooster de plaats van zijn voorganger in.
    Een volgens het rooster aftredende bestuur is onmiddellijk herbenoembaar.
  17. Een bestuurder verliest zijn bestuurslidmaatschap:
    a. door zijn overlijden;
    b. door zijn faillissement, door op hem van toepassing verklaren van de
    schuldsaneringsregeling natuurlijke personen of doordat hij surséance van
    betaling krijgt;
    c. door zijn ondercuratelestelling of de onderbewindstelling van zijn gehele
    vermogen;
    d. door vrijwillig aftreden;
    e. door zijn ontslag door de rechtbank;
    f. door zijn ontslag gegeven door het bestuur, met in achtneming van de
    vereisten als opgenomen in artikel 9 lid 4;
    g. door het verstrijken van de periode waarvoor hij benoemd is, alsmede
    h. door de beëindiging van de vereffening van de stichting na ontbinding.
  18. Alle bestuurders kunnen een vergoeding krijgen van de kosten, die zij
    redelijkerwijs hebben gemaakt in de uitoefening van hun functie.
    Het bestuur is in principe onbezoldigd.
    7 Een bestuurder kan worden geschorst door het bestuur.
    Na een schorsing roept het bestuur een nieuwe vergadering bijeen, die wordt
    gehouden binnen vier weken na de schorsing. In die vergadering wordt
    besloten of de schorsing wordt opgeheven, de schorsing wordt verlengd of de
    betreffende bestuurder wordt ontslagen. Een schorsing kan nooit langer dan
    drie maanden duren.
    blad 4
    Voor een besluit tot schorsing of verlenging van de schorsing zijn de
    vereisten, die zijn opgenomen in artikel 9 lid 4 eveneens van toepassing.
    Als geen nieuwe vergadering wordt gehouden binnen de hiervoor vermelde vier
    weken, als de schorsing niet wordt verlengd in die vergadering of als na verloop
    van drie maanden geen besluit tot ontslag is genomen, vervalt de schorsing.
    Artikel 7: bijeenroeping, vergaderingen, besluitvorming
  19. De voorzitter alsmede tenminste twee van de overige bestuursleden
    gezamenlijk zijn bevoegd een vergadering van het bestuur bijeen te roepen.
    Het bestuur vergadert zo dikwijls als iemand van de hiervoor vermelde
    bevoegden dit wenselijk acht, doch tenminste één maal per kwartaal.
  20. De bijeenroeping van de vergaderingen van het bestuur vindt schriftelijk plaats
    met inachtneming van een termijn van tenminste veertien dagen, de dag van
    bijeenroeping en die van de vergadering niet meegerekend, onder opgave van
    de dag, het aanvangstijdstip en de plaats van de vergadering en de te
    behandelen onderwerpen (agenda).
    De bestuurder, die voor dit doel een elektronisch adres aan de stichting heeft
    bekend gemaakt, kan tot de vergadering van het bestuur worden opgeroepen
    door een langs elektronische weg aan dat adres toegezonden leesbaar en
    reproduceerbaar bericht.
  21. De vergaderingen van het bestuur worden gehouden op de plaats te bepalen
    door degene die de vergadering bijeenroept.
  22. Als wordt gehandeld in strijd met enige bepaling van de twee vorige leden kan
    het bestuur niettemin rechtsgeldige besluiten nemen als alle bestuurders in de
    vergadering aanwezig of vertegenwoordigd zijn.
  23. Een bestuurder kan een ander bestuurslid schriftelijk volmacht verlenen om zich
    in de vergadering te laten vertegenwoordigen. Een elektronisch vastgelegde
    volmacht geldt als een schriftelijke volmacht.
    Een bestuurder kan niet meer dan één medebestuurder in de vergadering
    vertegenwoordigen.
  24. Als het bestuur daartoe besluit, kunnen bestuurders hun vergaderrechten
    uitoefenen via een elektronisch communicatiemiddel. De bestuurder die op
    deze wijze aan de vergadering deelneemt, moet minimaal via het elektronisch
    communicatiemiddel:
  • kunnen worden geïdentificeerd;
  • rechtstreeks kunnen kennisnemen van de beraadslagingen in de
    vergaderingen en in de vergadering het woord kunnen voeren;
  • het stemrecht kunnen uitoefenen.
    Het bestuur kan verdere voorwaarden stellen aan het gebruik van het
    elektronisch communicatiemiddel. Als verdere voorwaarden worden gesteld,
    worden deze bij de oproeping tot de vergadering bekend gemaakt.
    De bestuurder die via een elektronisch communicatiemiddel aan een
    vergadering deelneemt, geldt als in de vergadering aanwezig.
  1. In de vergaderingen van het bestuur heeft iedere bestuurder één stem. Voor
    zover in deze statuten geen grotere meerderheid is voorgeschreven, worden de
    besluiten door het bestuur genomen met volstrekte meerderheid van de
    uitgebrachte stemmen in een vergadering, waarin tenminste de helft van de
    bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is.
    Bij staking van de stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.
    blad 5
  2. Als voor het nemen van een besluit wordt vereist dat een bepaald aantal
    bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd is en dat aantal niet bij de
    vergadering aanwezig of vertegenwoordigd was, wordt een nieuwe vergadering
    bijeengeroepen waarin het betreffende besluit opnieuw aan de orde wordt
    gesteld.
    Die vergadering moet worden gehouden niet eerder dan drie en niet later dan
    zes weken na de eerste vergadering. In de nieuwe vergadering kan het
    betreffende besluit dan worden genomen ongeacht het aantal aanwezige of
    vertegenwoordigde bestuurders, met ten minste de voor dat besluit
    voorgeschreven meerderheid van stemmen.
    Artikel 8: leiding van de vergaderingen, notulen, besluitvorming buiten
    vergadering
  3. De voorzitter leidt de vergaderingen van het bestuur. Bij zijn afwezigheid
    voorziet de vergadering zelf in haar leiding.
  4. De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de
    vergaderingen worden gehouden.
  5. Het in de vergadering uitgesproken oordeel van de voorzitter van de
    vergadering over de uitslag van een stemming is beslissend.
    Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit. Voor zover werd
    gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. Wordt onmiddellijk na het
    uitspreken van het oordeel van de voorzitter de juistheid daarvan betwist, dan
    vindt een nieuwe stemming plaats, als de meerderheid van de vergadering of,
    als de oorspronkelijke stemming niet hoofdelijk of schriftelijk plaatsvond, een
    stemgerechtigde aanwezige dit verlangt. Door deze nieuwe stemming vervallen
    de rechtsgevolgen van de oorspronkelijke stemming.
  6. Van het verhandelde in de vergaderingen van het bestuur worden notulen
    gehouden door de daartoe door de voorzitter van de vergadering aangewezen
    persoon.
    De notulen worden, nadat zij zijn vastgesteld, door de voorzitter en de notulist
    van de vergadering ondertekend.
  7. Het bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen,
    als alle bestuurders schriftelijk hun stem uitbrengen. Een besluit is dan
    genomen als alle bestuurders zich vóór het voorstel hebben verklaard.
    Onder een schriftelijke verklaring wordt mede begrepen een langs elektronische
    weg toegezonden leesbaar en reproduceerbaar bericht aan het adres dat het
    bestuur voor dit doel heeft vastgesteld en aan alle bestuurders bekend heeft
    gemaakt.
    Van elk besluit dat buiten vergadering wordt genomen, wordt mededeling
    gedaan in de eerstvolgende vergadering. Deze mededeling wordt in de notulen
    van die vergadering vermeld en de uitgebrachte stemmen worden bij deze
    notulen gevoegd.
    Artikel 9: taken en bevoegdheden
  8. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
    Iedere bestuurder is tegenover de stichting verplicht tot een behoorlijke
    vervulling van de hem opgedragen taak. Een bestuurder vermijdt iedere vorm
    en schijn van persoonlijke bevoordeling of belangenverstrengeling tussen hem
    en de stichting.
    Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles
    blad 6
    met betrekking tot de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die
    voortvloeien uit de werkzaamheden, op zodanige wijze administratie te voeren
    en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op
    zodanige wijze te bewaren, dat op ieder moment de rechten en verplichtingen
    van de stichting kunnen worden gekend.
    Het bestuur is verplicht de bedoelde boeken, bescheiden en andere
    gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.
  9. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot
    verkrijging, vervreemding of bezwaring van registergoederen en tot het
    aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk
    schuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot
    zekerheidstelling voor een schuld van een derde verbindt.
    Een besluit als bedoeld in de vorige volzin kan slechts worden genomen met
    inachtneming van de eisen vermeld in lid 5 van dit artikel.
    Als het bestuur voor deze besluiten niet de goedkeuring heeft als bedoeld in lid
    5 van dit artikel, kan deze beperking van de bevoegdheid van het bestuur aan
    derden worden tegengeworpen.
  10. Erfstellingen mogen alleen onder het voorrecht van boedelbeschrijving worden
    aanvaard.
  11. Een besluit van het bestuur:
  • tot schorsing of verlenging van schorsing van een bestuurder of
  • tot ontslag van een bestuurder;
    wordt genomen in een vergadering waarin alle overige bestuurders daartoe
    besluiten, tenminste twee in getal.
    De betreffende bestuurder wordt steeds in de gelegenheid gesteld zich te
    verantwoorden in een vergadering waarin deze besluiten tot schorsing of
    ontslag van hem besproken worden en hij kan zich daarin door een raadsman
    doen bijstaan.
  1. Een besluit van het bestuur tot:
  • statutenwijziging;
  • fusie;
  • splitsing in de zin van titel 7 van Boek 2 Burgerlijk Wetboek;
  • omzetting van de stichting in een andere rechtsvorm of
  • ontbinding van de stichting;
    wordt genomen met een meerderheid van tenminste twee/derde van de
    uitgebrachte stemmen in een vergadering waarin alle bestuurders aanwezig of
    vertegenwoordigd zijn.
  1. Het bestuur zorgt ervoor dat:
  • er niet meer vermogen wordt aangehouden door de stichting dan nodig is
    voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden ten behoeve van het
    doel van de stichting en
  • de kosten van werving van gelden en de beheerkosten van de stichting in
    redelijke verhouding staan tot de besteding ten behoeve van het doel van
    de stichting.
  1. Het bestuur zorgt ervoor, dat de administratie van de instelling zodanig is
    ingericht, dat daaruit blijkt de aard en omvang van:
  • de kosten die zijn gemaakt voor de werving van gelden en voor het beheer
    van de stichting en de aard en omvang van andere uitgaven van de
    blad 7
    stichting;
  • de onkostenvergoedingen en –indien van toepassing- de vacatiegelden die
    toekomen aan de afzonderlijke bestuurders;
  • de inkomsten van de stichting;
  • het vermogen van de stichting.
    Artikel 10: vertegenwoordiging
  1. Het bestuur vertegenwoordigt de stichting in en buiten rechte.
    De stichting kan niet rechtsgeldig worden vertegenwoordigd bij handelingen die
    in strijd met het bepaalde in artikel 9 lid 2 worden verricht.
  2. De vertegenwoordigingsbevoegdheid komt bovendien toe aan twee gezamenlijk
    handelende bestuursleden, van wie tenminste één de voorzitter, de secretaris
    of de penningmeester moet zijn.
    Van elke wijziging in het bestuur dient mededeling te worden gedaan aan het
    handelsregister.
  3. De in beide vorige leden opgenomen bevoegdheid van het bestuur en
    bestuurders tot vertegenwoordiging van de stichting bestaat ook als tussen de
    stichting en een of meer bestuurders een tegenstrijdig belang bestaat.
  4. Het bestuur kan besluiten tot het verlenen van incidentele dan wel doorlopende
    volmacht aan een of meer bestuurders en/of aan anderen, zowel samen als
    afzonderlijk, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te
    vertegenwoordigen.
    REGLEMENTEN
    Artikel 11
  5. Het bestuur kan een of meerder (huishoudelijke) reglementen vaststellen. In
    een reglement worden regels of nadere regels opgenomen, die het bestuur
    nodig acht voor de uitvoering van zijn taak. Een reglement mag nooit in strijd
    zijn met de statuten of de wet. Het bestuur kan elk door hem gemaakt
    reglement wijzigen of intrekken.
  6. Een reglement wordt schriftelijk vastgelegd met vermelding van de dag waarop
    het van kracht wordt. Deze datum kan niet zijn gelegen vóór de datum waarop
    het besluit werd genomen.
    STATUTENWIJZIGING
    Artikel 12
  7. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen.
  8. Het besluit tot statutenwijziging kan slechts genomen worden overeenkomstig
    het bepaalde in artikel 9 lid 5.
  9. Als het voorstel tot statutenwijziging wordt gedaan, moet dat vooraf, bij de
    oproeping tot de betreffende vergadering, worden vermeld. De woordelijke tekst
    van de voorgestelde wijziging moet bij die oproeping worden gevoegd. De
    termijn van de oproeping bedraagt in dit geval tenminste twee weken.
  10. Een statutenwijziging treedt in werking op het door het bestuur bepaalde tijdstip,
    maar niet eerder dan nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt.
    Twee gezamenlijk handelende bestuurders zijn bevoegd deze akte te laten
    verlijden.
    Het bestuur kan een of meer bestuurders en/of anderen, zowel gezamenlijk als
    afzonderlijk, machtigen de akte van statutenwijziging te laten verlijden.
    FUSIE, SPLITSING, OMZETTING
    Artikel 13
    blad 8
    Op een besluit van het bestuur tot fusie of splitsing in de zin van titel 7 van
    Boek 2 Burgerlijk Wetboek en op een besluit van het bestuur tot omzetting van de
    stichting in een andere rechtsvorm overeenkomstig artikel 2:18 Burgerlijk Wetboek,
    is het bepaalde in de leden 1, 2 en 3 van het vorige artikel zoveel mogelijk van
    overeenkomstige toepassing, onverminderd de eisen van de wet.
    ONTBINDING
    Artikel 14
  11. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden.
    Op het besluit tot ontbinding is het bepaalde in artikel 12, leden 2 en 3 zoveel
    mogelijk van toepassing.
  12. Het bestuur stelt bij zijn besluit tot ontbinding de bestemming vast van een
    eventueel batig saldo.
    Deze bestemming moet zoveel mogelijk in overeenstemming zijn met het doel
    van de stichting.
    Het batig saldo wordt besteed ten behoeve van een andere algemeen nut
    beogende instelling met een soortgelijke doelstelling of van een buitenlandse
    instelling, die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het algemeen nut beoogt en
    die een soortgelijke doelstelling heeft.
  13. Als de stichting op het tijdstip van haar ontbinding geen baten meer heeft, houdt
    zij op te bestaan.
    In dat geval doet het bestuur daarvan opgave aan het handelsregister.
  14. De boeken en stukken van de ontbonden stichting blijven gedurende zeven
    jaren nadat de stichting heeft opgehouden te bestaan onder bewaring van de
    door het bestuur bij het besluit tot ontbinding aangewezen persoon. Binnen acht
    dagen na het ingaan van zijn bewaarplicht moet de aangewezen bewaarder zijn
    naam en adres opgeven aan het handelsregister.
  15. De stichting wordt bovendien ontbonden door:
    a. insolventie nadat de stichting in staat van faillissement is verklaard of door
    opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel;
    b. een daartoe strekkende rechterlijke uitspraak in de bij de wet genoemde
    gevallen.
    VEREFFENING
    Artikel 15
  16. Het bestuur is belast met de vereffening van het vermogen van de stichting,
    voor zover bij het ontbindingsbesluit geen andere vereffenaar(s) is (zijn)
    aangewezen.
  17. Na het besluit tot ontbinding bevindt de stichting zich in liquidatie. De stichting
    blijft na haar ontbinding voortbestaan als en voor zover dit voor de vereffening
    van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen
    van de statuten voor zoveel mogelijk en nodig van kracht.
    In stukken die van de stichting uitgaan, moet ‘in liquidatie’ aan de naam van de
    stichting worden toegevoegd.
  18. Een batig saldo na vereffening krijgt een bestemming zoals vastgesteld bij het
    ontbindingsbesluit, of bij het ontbreken daarvan, door de vereffenaar(s) met
    inachtneming van het bepaalde in artikel 14 lid 2. De vereffening eindigt op het
    tijdstip waarop geen aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn.
    blad 9
    De stichting houdt bij vereffening op te bestaan op het tijdstip waarop de
    vereffening eindigt. De vereffenaars doen daarvan opgave aan het
    handelsregister.
    Slotverklaring
    Ten slotte verklaarden de comparanten dat bij deze oprichting:
    a. het bestuur bestaat uit vier (4) bestuurders;
    b. voor de eerste maal zijn bestuurders, in de achter hun naam vermelde functie:
  • mevrouw Johanna Theodora Maria Timmermans, geboren te Venray op
    zes mei negentienhonderd eenenzestig, wonende De Vlies 8, 5814 AH
    Veulen, gemeente Venray, als voorzitter;
  • de heer Marinus Hermanus van den Hoorn, geboren te Nijkerk op
    eenentwintig december negentienhonderd achtenvijftig, wonende Brugpas
    4, 5814 AN Veulen, gemeente Venray, als secretaris;
  • de heer Joseph Godefridus Janssen, geboren te Venray op
    tweeëntwintig april negentienhonderd zesenzestig, wonende Lorbaan 10,
    5814 AE Veulen, gemeente Venray, als penningmeester;
  • de heer Johannes Wilhelmus Maria Geurts, geboren te Venray op
    vijfentwintig maart negentienhonderd zevenenzestig, wonende
    Veulensewaterweg 22, 5814 AK Veulen, gemeente Venray, als bestuurslid.
    GEREGISTREERD PARTNERSCHAP
    Waar in deze akte een ongehuwde staat van een comparant, betrokkene of partij
    wordt aangeduid, geldt dat geen sprake is van een geregistreerd partnerschap.
    SLOT
    De comparanten zijn mij, notaris, bekend. De identiteit van de comparanten is door
    mij, notaris, aan de hand van de hiervoor vermelde en daartoe bestemde
    documenten vastgesteld.
    Deze akte is in minuut verleden te Venray op de datum vermeld in de aanhef. De
    zakelijke inhoud van de akte is aan de comparanten medegedeeld en toegelicht.
    Vervolgens hebben de comparanten verklaard daarvan tijdig voor het verlijden
    kennis te hebben genomen en op volledige voorlezing geen prijs te stellen.
    Onmiddellijk na beperkte voorlezing, is deze akte door de comparanten en mij,
    notaris, ondertekend. * *
    (Volgt handtekening)
    UITGEGEVEN VOOR AFSCHRIFT
    blad 10
    mr. Sander Willy Mario Wilbers, toegevoegd notaris in het protocol van
    mr. Wilhelmus Gertrudis Weijs notaris in Venray

De originelen statuten (met stempels en handtekening) zijn bij het secretariaat aanwezig.